Veel van onze voorouders leefden niet lang. De meesten in onze stamboom overleden voordat zij vier jaar oud waren. Hoe kwam dat eigenlijk?

In deze tijd, waarin we wereldwijd kampen met Corona, vergeten we al gauw dat er nog veel meer ziektes zijn. En als je daarnaar kijkt, is het een wonder dat wij er zijn want het aantal soorten ziektes is erg groot. We krijgen niet allemaal met al deze soorten te maken en we overlijden er gelukkig ook niet altijd aan. Op de Nederlandse site Volksgezondheidenzorg.info kan je zien waar de Nederlanders het meest mee kampen, namelijk nek- en rugklachten.

Voor 1800 kregen veel mensen te maken met infectieziekten zoals pokken, tyfus, malaria, cholera, pest en tuberculose. Die ziekten zijn tegenwoordig met antibiotica te behandelen, maar dat kwam pas na 1928 ter beschikking. Maar waar precies iemand aan overleed is lastig na te gaan, want het werd en wordt niet op de overlijdensakte vermeld.

Overlijdensakte vermeld de oorzaak van overlijden niet

Nadat een persoon is overleden zal een schouwarts twee formulieren invullen, een is een verklaring van overlijden en gaat naar de gemeente waar de persoon is overleden. In het tweede formulier wordt de oorzaak van overlijden vermeld, is geheim en wordt in een verzegelde envelop naar het Bureau van Statistiek gestuurd. Hierdoor weten we wel hoeveel mensen aan welke ziekte zijn overleden, maar niet wie precies.

Maar om een antwoord te vinden op onze vraag waarom in onze stamboom veel kinderen met de achternaam Sparreboom zijn vermeld die heel jong zijn overleden moeten we iets van die kinderen weten, namelijk waar ze geboren zijn. En voor velen was dat Zuid-Holland. En het blijkt uit een oude statistiek dat juist in deze provincie de kindersterfte erg hoog was:

Het statistisch artikel geeft ook een aardig overzicht aan welke ziekten men toentertijd overleed. Vooral longtuberculose en bij kinderen onder de twee jaar, gastro-enteritis.

Er valt nog veel meer over dit onderwerp te schrijven, wellicht heeft u nog een aardig artikel liggen?